ECLI:NL:RBOBR:2017:314
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning plattelandswoning vanwege onverantwoord woon- en leefklimaat nabij veehouderij
Eiser vroeg om een omgevingsvergunning voor de omzetting van een agrarische woning naar een plattelandswoning aan een adres nabij een intensieve veehouderij. Verweerder weigerde deze vergunning omdat de geurbelasting van 31,6 Ou/m3 afkomstig van de nabijgelegen veehouderij het woon- en leefklimaat onverantwoord maakt. Eiser woont er al sinds 1991 zonder klachten en stelde dat de geurhinder niet tot een onverantwoord woonklimaat leidt en dat verweerder hem ten onrechte geen gelegenheid had gegeven een zienswijze te geven.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de hoge geurbelasting heeft betrokken bij zijn afweging en dat de persoonlijke ervaringen van eiser niet relevant zijn. Ook is verweerder niet verplicht om dezelfde belangenafweging te maken als in vergelijkbare zaken. De beleidsnotitie waarop eiser zich beroept is niet bindend en het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de feiten verschillen. De situatie van eiser is veroorzaakt door het onherroepelijke bestemmingsplan en verweerder heeft dit voldoende betrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.