ECLI:NL:RVS:2016:414
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- G.T.J.M. Jurgens
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning voor gebruik agrarische bedrijfswoning als burgerwoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Nederweert verleende een omgevingsvergunning voor het gebruik van een agrarische bedrijfswoning aan de [locatie 1] als burgerwoning, in afwijking van het bestemmingsplan. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat het woon- en leefklimaat niet aanvaardbaar is vanwege luchtkwaliteit en geurhinder en dat het gebruik als burgerwoning belemmeringen voor zijn bedrijf veroorzaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de vergunning is verleend op grond van artikel 3, lid 3.6.1, aanhef en onder f, van de planregels van het bestemmingsplan Buitengebied Nederweert, waarbij de voorwaarden voor afwijking van het verbod op burgerbewoning van agrarische bedrijfswoningen zijn getoetst. Uit luchtkwaliteitsonderzoek bleek dat de normen voor PM10 ruim worden onderschreden, ook bij metingen dichter bij het bedrijf. De geurbelasting is binnen de acceptabele grenzen en de woning wordt als plattelandswoning beschouwd, waardoor strengere normen niet van toepassing zijn.
Het college heeft bovendien aannemelijk gemaakt dat het gebruik van de woning als burgerwoning bijdraagt aan het tegengaan van verloedering van het buitengebied en dat er geen onaanvaardbare belemmeringen voor het bedrijf zijn. De Afdeling concludeert dat het college in redelijkheid heeft kunnen besluiten de vergunning te verlenen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het gebruik van de agrarische bedrijfswoning als burgerwoning wordt ongegrond verklaard.