ECLI:NL:RBOBR:2017:4305
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot volledige transitievergoeding wegens toepassing overbruggingsregeling
De werknemer was sinds 1999 in dienst bij Clercx Liebau Vastgoedmanagement B.V. en werd op 1 oktober 2016 ontslagen na toestemming van het UWV. De werkgever betaalde een transitievergoeding van €4.395 bruto, gebaseerd op de overbruggingsregeling voor kleine werkgevers. De werknemer vorderde een hogere vergoeding van €26.331,90, stellende dat de overbruggingsregeling niet van toepassing was omdat de werkgever geen formele toestemming van het UWV had gekregen en de onderneming niet per 1 oktober 2016 was beëindigd.
De werkgever betwistte de hoogte van de vergoeding en voerde aan dat zij wel degelijk aan de voorwaarden van de overbruggingsregeling voldeed, ondersteund door een accountantsverklaring en financiële gegevens. De kantonrechter oordeelde dat het niet indienen van het vereiste formulier bij het UWV niet uitsluit dat de overbruggingsregeling in deze procedure als verweer kan worden aangevoerd.
De kantonrechter stelde vast dat de werkgever aan de voorwaarden van artikel 7:673d BW en artikel 24 van Pro het Ontslagbesluit voldeed, waaronder negatieve resultaten en negatief eigen vermogen over de relevante jaren. De onderneming was formeel ontbonden op 20 februari 2017, maar de vastgoedactiviteiten waren per 1 oktober 2016 beëindigd. De vordering van de werknemer werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot betaling van een hogere transitievergoeding wordt afgewezen omdat de werkgever terecht de overbruggingsregeling toepast.