Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[rechthebbende] ,
1.Het verdere verloop van het geding
(“comparitie van partijen”)is gelast;
Rechtbank Oost-Brabant
In deze civiele zaak vordert de bewindvoerster Duraij betaling van schadevergoeding en proceskosten wegens onrechtmatig bankbeslag door Woonbedrijf. Op 22 december 2016 legde Woonbedrijf derdenbeslag op de beheer- en leefgeldrekening van de onder bewind gestelde rechthebbende, zonder rekening te houden met een beslagvrije voet. Hierdoor was het volledige saldo van circa €1.250,- geblokkeerd, wat leidde tot broodnood en nieuwe schulden.
Woonbedrijf voerde aan dat bij bankbeslag geen beslagvrije voet geldt en dat er meerdere inkomstenbronnen op de rekening waren. De rechtbank oordeelt echter dat het saldo voornamelijk bestond uit Wajonguitkering, zorgtoeslag, huurtoeslag en bijzondere bijstand, en dat geen andere inkomstenbronnen aanwezig waren. De beslagvrije voet moet worden gerespecteerd om bestaansminimum te waarborgen.
De rechtbank stelt dat het beslag op het beslagvrije deel van de uitkeringen niet in stand kan blijven en dat het beslag onrechtmatig is. De vordering tot betaling van gevolgschade wordt toegewezen, maar de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Woonbedrijf wordt veroordeeld tot betaling van €936,87 plus rente en proceskosten, met uitvoerbaarheid bij voorraad.
Uitkomst: Bankbeslag is onrechtmatig wegens niet inachtneming beslagvrije voet; Woonbedrijf wordt veroordeeld tot betaling van €936,87 plus rente en proceskosten.