ECLI:NL:RBOBR:2017:5149
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde agrarisch object met pluimveestallen
Eiser, eigenaar van een intensieve pluimveehouderij met bedrijfswoning, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde per 1 januari 2015. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld en na bezwaar verlaagd, maar eiser vond de waardering van de pluimveestallen te hoog.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk had gemaakt met een nieuwe taxatie waarin enkele objectkenmerken waren gecorrigeerd, zoals meer erfverharding en de aanwezigheid van voedersilo’s. De waardering van de pluimveestallen, waarvan de asbesthoudende daken in 2008 waren vervangen, was gebaseerd op een gemiddelde prijs per vierkante meter die door de rechtbank niet onjuist werd bevonden.
Eiser kon zijn lagere waardering niet onderbouwen met concrete gegevens. De rechtbank concludeerde dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van het agrarisch object wordt ongegrond verklaard.