Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 februari 2017 in de zaak tussen
Stichting Stop Overlast Duinoord, te Helvoirt, eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haaren, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
(“het parkeren op zodanige wijze te regelen dat dit niet leidt tot overlast, ergernis, of hinder voor omwonenden” (…) “dit verkeersbesluit voorziet in het op korte termijn garanderen van de verkeersveiligheid en toegankelijkheid van wegen”), toegedaan. Later is gebleken, zo is door eiseres gesteld en door verweerder niet betwist, dat het besluit van 30 juni 2015 niet voorzag in de grootste knelpunten en de problemen op bepaalde punten verergerde. Verweerder vindt dat die problemen al tijdens de procedure die is gevoerd naar aanleiding van het besluit van 30 juni 2015 aan de orde zijn gekomen dan wel hadden moeten komen. De rechtbank deelt dat oordeel niet. Het besluit van 30 juni 2015 heeft klaarblijkelijk gevolgen gehad die door geen van partijen waren voorzien. Verweerder kan dan niet de nieuwe aanvraag van 18 augustus 2016 afwijzen met de mededeling dat het een herhaling van zetten betreft. Verweerder heeft dus ten onrechte toepassing gegeven aan artikel 4:6 van Pro de Awb en zal in het nieuw te nemen besluit alsnog inhoudelijk moeten beslissen op de verzoeken van eiseres tot het instellen van extra parkeerverboden aan de zuidzijde van de Giersbergsebaan en aan de Duinoordseweg.