De burgemeester van Bergeijk besloot de woning van verzoeker voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, nadat 372 gram harddrugs was aangetroffen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting vanwege de hoeveelheid harddrugs, die duidt op een handelsvoorraad. Verzoeker slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de drugs uitsluitend voor eigen medicinaal gebruik waren.
Echter, de rechter vond dat de burgemeester onvoldoende rekening had gehouden met de sociaal kwetsbare situatie van verzoeker, die lijdt aan ernstige lichamelijke en psychische klachten door hersenletsel en verslaving. Verzoeker kon geen vervangende woonruimte vinden en had geen sociaal vangnet.
Daarom werd de sluiting voorlopig geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar, met de verplichting voor de burgemeester om bij de definitieve beslissing de belangenafweging zorgvuldig te motiveren. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.