ECLI:NL:RVS:2017:3057
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens handel in harddrugs ondanks bezwaren appellant
De burgemeester van Heerlen besloot op 9 mei 2017 de woning van appellant voor twaalf maanden te sluiten vanwege de aanwezigheid van 45 gram amfetaminepasta, een hoeveelheid die als handelshoeveelheid wordt beschouwd. Appellant voerde aan dat de drugs van een bekende waren en voor eigen gebruik, en betoogde dat het handhavingsbeleid onredelijk en disproportioneel was. Tevens stelde zij dat bijzondere omstandigheden, zoals haar financiële situatie en psychische problemen, tot afwijking van het beleid noodzaakten.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de burgemeester bevoegd was op grond van artikel 13b van de Opiumwet en dat het handhavingsbeleid niet onredelijk was. De Raad oordeelde dat de grote hoeveelheid drugs en het ontbreken van aannemelijk bewijs voor eigen gebruik het besluit rechtvaardigden.
De Raad overwoog verder dat de door appellant aangevoerde bijzondere omstandigheden onvoldoende waren om af te wijken van het beleid. De sluiting was proportioneel en subsidiariteit was in acht genomen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning voor twaalf maanden wegens handel in harddrugs en wijst het hoger beroep en verzoek om voorlopige voorziening af.