ECLI:NL:RBOBR:2017:6166
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde inkomsten en verjaring
Eiseres ontving vanaf november 2005 een bijstandsuitkering. In april 2010 werd hun woning doorzocht waarbij contant geld en verdovende middelen werden aangetroffen. De bijstand werd toen beëindigd en later opnieuw toegekend. In juni 2016 vond een tweede doorzoeking plaats met opnieuw vondsten die aanleiding gaven tot een onderzoek naar bijstandsfraude.
Verweerder trok de bijstand met terugwerkende kracht in vanaf mei 2006 vanwege het niet melden van inkomsten, onder meer een duur horloge. Eiseres betwistte de aankoopdatum van het horloge en voerde verjaring aan. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat het horloge op 24 mei 2006 was gekocht en dat de verjaringstermijn pas begon toen verweerder in november 2016 kennis kreeg van het rapport met bevindingen.
De rechtbank stelde vast dat eiseres zich niet kon verschuilen achter haar overleden echtgenoot en dat de intrekking en terugvordering terecht waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand is terecht.