Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het procesverloop
2.De feiten
Arbeidsmogelijkheden
Arbeidsmogelijkheden
Rechtbank Oost-Brabant
De werknemer is sinds 1997 in dienst bij de werkgever als (hoofd)monteur en meldde zich ziek na een opdracht die hij niet wilde uitvoeren. De werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsrelatie, met name na een incident waarbij de werknemer zijn leidinggevende zou hebben bedreigd en beledigd.
De werknemer kampte met fysieke beperkingen en psychische klachten, waarvan de bedrijfsarts rapporteerde dat deze klachten sluimerend aanwezig waren en het gedrag tijdens het incident paste bij zijn stoornis. De kantonrechter oordeelde dat het gedrag niet verwijtbaar was en dat het opzegverbod wegens fysieke ziekte niet van toepassing was op het ontbindingsverzoek omdat het verzoek geen verband hield met de fysieke ziekte.
De kantonrechter stelde dat de verstoorde arbeidsrelatie niet zodanig was dat ontbinding redelijk was, mede gezien de lange diensttijd van de werknemer en de positieve prognose van zijn psychische klachten. Mediation werd als alternatief voorgesteld. Het ontbindingsverzoek werd afgewezen en de werkgever werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende verwijtbaarheid en onredelijkheid van ontbinding.