Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 december 2017 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder
Procesverloop
- 1 maart 1991 tot en met 28 maart 1991;
- 1 januari 2002 tot en met 31 december 2012.
- 1 maart 1991 tot en met 28 maart 1991;
Overwegingen
Op 31 oktober 2013 is bij verweerder een anonieme tip binnengekomen die er toe strekt dat eiseres woont en werkt in Italië, terwijl zij staat ingeschreven op het adres [adres] waar zij slechts sporadisch komt. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder een onderzoek verricht naar de vraag of eiseres verzekerd is geweest voor de volksverzekeringen, waaronder de AOW.
1.1 Dit onderzoek heeft bestaan uit dossieronderzoek, het verzamelen van informatie via Suwinet, Brabant Water, het Kadaster, Internet en de Belastingdienst. Op 12 mei 2014 heeft verweerder geprobeerd een onaangekondigd huisbezoek af te leggen op het adres [adres] , welk adres als contactadres staat vermeld op de website van eiseres [website] . Bij de bel hing een bordje met de naam [naam] , maar op aanbellen werd niet opengedaan. Eiseres bleek later op vakantie te zijn. Verder heeft verweerder diverse keren met eiseres telefonisch contact gehad, heeft op 20 en 26 juni 2014 een buurtonderzoek plaatsgevonden in de buurt van het inschrijfadres van eiseres en heeft verweerder op 9 juli 2014 van de gemeente [gemeente] bericht ontvangen over de inschrijving van eiseres. Verweerder heeft voorts op 26 september 2014 met eiseres een gesprek gevoerd op het werkadres van eiseres in [gemeente] .
1.2 In het onderzoeksrapport van 6 november 2014 wordt geconcludeerd dat eiseres in ieder geval vanaf 1 januari 1999 feitelijk in Italië woonachtig is, ondanks de inschrijving in Nederland. Om te kunnen bepalen of zij verzekerd is geweest voor de volksverzekeringen moest nog nader onderzoek worden verricht. Verweerder heeft aan de accountant van eiseres gevraagd om bewijsstukken waaruit blijkt dat eiseres vanaf 1 januari 1999 tot heden daadwerkelijk in Nederland werkzaam is geweest. De accountant van eiseres heeft daarop de aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2000 tot en met 2013 van eiseres overgelegd. Volgens de accountant zijn de definitieve aanslagen door de Belastingdienst tot en met het jaar 2013 opgelegd conform de aangiften.
Een en ander resulteert in de volgende tijdvakken waarover eiseres niet verzekerd was voor de AOW, aldus verweerder:
Ter zitting is namens eiseres betoogd dat zij feitelijk zowel in Nederland als in Italië werkt. In 1996 is eiseres bewust teruggekeerd naar Nederland om voor haar moeder te zorgen, dit kan ook blijken uit het waterverbruik in die periode. Zij heeft haar relevante netwerk in [gemeente] , maar werkt ook voor Nederlandse opdrachtgevers. De boekhouding is verder in Nederland en ook de omzet wordt in Nederland gerealiseerd. Eiseres verricht dan ook een substantieel deel van haar werkzaamheden in Nederland. Voorts heeft eiseres haar familie en vrienden in Nederland. Het appartement in [gemeente] verhuurt eiseres ook aan derden.
Ten aanzien van de werking van Verordening (EEG) nr. 1408/71 beroept eiseres zich op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 27 maart 2008 (ECLI:NL:CRVB:2008:BC8026). Voor zover de periodes in geding vallen onder de werking van Verordening (EEG) nr. 883/2004 stelt eiseres dat zij een substantieel deel van haar werkzaamheden in Nederland verricht. Subsidiair beroept eiseres zich op artikel 87, achtste lid, van laatstgenoemde verordening.
Verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene, die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, en
Ingevolge artikel 14bis, tweede lid, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 is op degene die gewoonlijk op het grondgebied van twee of meer lidstaten werkzaamheden anders dan in loondienst uitoefent, de wetgeving van de lidstaat van toepassing op het grondgebied waarvan hij woont, indien hij een deel van zijn werkzaamheden op het grondgebied van die lidstaat uitoefent.
De rechtbank stelt voorts vast dat de door eiseres ter zitting naar voren gebrachte feiten en omstandigheden door haar in het geheel niet zijn onderbouwd, nog daargelaten dat de stelling dat eiseres ook voor Nederlandse opdrachtgevers werkt en dat zij haar omzet opgeeft aan de Nederlandse fiscus niet direct van belang is voor de vraag waar eiseres haar woonplaats heeft.
Over de periodes in geding vanaf 10 mei 2010 is Verordening (EEG) nr. 883/2004 van belang. Ook over deze periodes gaat de rechtbank er, gezien het voorgaande, van uit dat eiseres haar woonplaats in Italië had. Gezien haar woonplaats in Italië, de verklaringen van eiseres over haar werkzaamheden in Italië tegenover verweerder en de door verweerder overgelegde afdruk van de website van eiseres zelf, waaruit hoofdzakelijk blijkt van werkzaamheden in Italië, lag het naar het oordeel van de rechtbank op de weg van eiseres om, wanneer dat het geval was, te onderbouwen dat zij in Italië niet een substantieel deel van haar werkzaamheden heeft verricht. Deze onderbouwing heeft eiseres tot op heden niet gegeven, zodat de rechtbank daar niet van uitgaat. Uit artikel 13, tweede lid, van Verordening (EEG) nr. 883/2004 volgt dat ook over de periodes in geding na 10 mei 2010 de Italiaanse wetgeving van toepassing was.