Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Ministerie van Justitie en Veiligheid (Openbaar Ministerie),
1.De procedure
- de dagvaarding van 24 oktober 2017,
- de brief met vier producties van de Staat, ontvangen ter griffie op 21 november 2017,
- de brief van 22 november 2017 met productie 5 van de zijde van de Staat,
- de producties van de zijde van [eiser] , ontvangen ter griffie op 23 november 2017,
- de brief van 23 november 2017 met productie 6 van de Staat,
- de mondelinge behandeling die plaats vond op 24 november 2017,
- de pleitnota van [eiser] ,
- de pleitnota van de Staat.
2.De feiten
3.Het geschil
Op in de dagvaarding uiteengezette gronden maakt de Staat ten onrechte een inbreuk op het huisrecht van [eiser] ; de door de Staat met de ontruiming te bewerkstelligen inbreuk is in dit geval niet verenigbaar met het bepaalde in artikel 8 lid 2 EVRM Pro.
Meer feitelijk geldt dat [eiser] dringend behoefte heeft aan woonruimte. [eiser] staat niet ingeschreven bij een woningbouwvereniging en heeft dus geen reëele kans op een huurwoning in de regio en hij heeft onvoldoende inkomen voor een huurwoning in de vrije sector of voor een koopwoning.
4.De beoordeling
5.De beslissing
beidepartijen, waarbij de dinsdagen en de vrijdagen bij voorbaat als verhinderdata zullen gelden, in verband met vaste verhindering van de voorzieningenrechter respectievelijk de wijkagent;