Uitspraak
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
[verweerster] ,gevestigd te Eindhoven,
Rechtbank Oost-Brabant
In deze zaak heeft de rechtbank Oost-Brabant op 19 juni 2017 een herstelbeschikking gegeven ter aanvulling van een eerdere beschikking van 21 maart 2017. De aanvulling betreft een kostenveroordeling ten laste van verzoeker, welke in de oorspronkelijke beschikking was verzuimd.
De kern van het geschil betrof de uitleg van het inzagerecht onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), met name de reikwijdte van het begrip 'persoonsgegevens'. De rechtbank oordeelde dat dit begrip restrictief moet worden uitgelegd en ziet alleen op gegevens die direct over de betreffende persoon gaan, niet op doelgegevens of resultaatsinformatie. Hierdoor kan niet worden afgedwongen dat de bank alle stukken met persoonsgegevens verstrekt.
De herstelbeschikking bepaalt dat verzoeker wordt veroordeeld in de kosten van de procedure, begroot op €904,- aan salaris advocaat en verschotten, te vermeerderen met wettelijke rente. De uitspraak is openbaar gedaan door rechter B.C.W. Geurtsen-van Eeden.
Uitkomst: Verzoek tot inzage werd afgewezen en verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten.