Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
De procedure
isdoor de heer [behandelaar] behandelaar, een verweerschrift op het schorsingsverzoek aan de rechtbank gezonden.
De belanghebbenden
De ontvankelijkheid:
De beoordeling:
5wet BOPZ - om enig gevaar te keren, omdat er geen gevaar is voor haarzelf en/of voor anderen. Betrokkene betwist dan ook het causale verband tussen stoornis en gevaar.
5en art. 38c lid I wet BOPZ). De wet vereist niet dat er overeenstemming bestaat over de vraag aan wélke geestesstoornis betrokkene precies lijdt. Die overeenstemming is alleen van belang voor het antwoord op de vraag op welke wijze betrokkene moet worden behandeld, welke vraag door medische specialisten behoort te worden beantwoord en niet door de rechter. De rechtbank volgt met dit oordeel de mening van A-G Langemeijer voor HR 10-02-2017
(Nggz 2017, 15) en het oordeel van de rechtbank Midden Nederland in zijn beschikking van 09-09-2016 (Nggz 2017, 19).
Nggz 2016, 4).