ECLI:NL:RBOBR:2018:1756
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde mantelzorgwoning op perceel met één woning toegestaan
Eiseres was beperkt gerechtigde van een tot woning verbouwde schuur op een perceel met een agrarische bedrijfswoning, eigendom van haar zoon. Verweerder had voor het kalenderjaar 2017 de WOZ-waarde van het object vastgesteld als mantelzorgwoning, wat een lagere waarde betekent dan een zelfstandige woning.
Eiseres stelde dat het object als zelfstandige twee-onder-één-kapwoning moest worden gewaardeerd, verwijzend naar een omgevingsvergunning uit 1987 en het feit dat de zoon het object in 1990 als zelfstandige woning had gekocht. Verweerder verwees naar het geldende bestemmingsplan dat slechts één woning op het perceel toestaat en dat bewoning van het object slechts is toegestaan zolang mantelzorg plaatsvindt.
De rechtbank concludeerde dat het bestemmingsplan bepalend is en dat het object niet als zelfstandige woning kan worden gewaardeerd. De lagere waarde van €72.000 werd als aannemelijk beschouwd en bevestigd. De rechtbank wees erop dat verweerder de waarde van voorgaande jaren ambtshalve kan herzien, maar dat dit een bevoegdheid is van verweerder en niet van de rechtbank.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €72.000 als mantelzorgwoning wordt ongegrond verklaard.