ECLI:NL:RBOBR:2018:1757
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verhoging Wajong-uitkering wegens hulpbehoevendheid
Eiseres ontvangt sinds 2009 een Wajong-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% en vroeg in maart 2017 om verhoging van deze uitkering wegens hulpbehoevendheid. Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiseres stelt dat zij hulp nodig heeft bij vrijwel alle essentiële dagelijkse levensverrichtingen en continue opvang vereist is, en vordert een verhoging naar 85% van het dagloon.
De rechtbank toetste het medisch onderzoek van de verzekeringsartsen, die concludeerden dat eiseres hulp nodig heeft bij sommige essentiële levensverrichtingen en geregelde handreikingen, maar niet bij (nagenoeg) alle essentiële levensverrichtingen en dat continue oppassing niet noodzakelijk is. Ook is eiseres in het bezit van een persoonsgebonden budget (pgb), waardoor een verhoging naar 85% niet aan de orde is.
De rechtbank acht het onderzoek zorgvuldig en ziet geen reden om het oordeel van de verzekeringsarts te betwisten. De door eiseres aangevoerde noodzaak tot controle bij bepaalde handelingen is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot verhoging af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van verhoging van haar Wajong-uitkering is ongegrond verklaard.