ECLI:NL:CRVB:2007:BB6101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering verhoging WAJONG-uitkering wegens onvoldoende hulpbehoevendheid
Appellante, die een WAJONG-uitkering ontvangt op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, verzocht om verhoging van haar uitkering tot 100% van de grondslag wegens hulpbehoevendheid. De wet en beleidsregels bepalen dat een dergelijke verhoging mogelijk is wanneer sprake is van een toestand die geregelde verzorging of oppassing vereist volgens een beperkte uitleg van deze begrippen.
De aanvraag werd door het UWV afgewezen omdat appellante voldoende zelfstandigheid en redzaamheid bezit, mede doordat zij vijf dagen per week een activiteitencentrum bezoekt en in haar woonsituatie begeleid wonen met permanente assistentie beschikbaar is. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel degelijk voldoet aan de voorwaarden voor verhoging tot 100%, mede door de 24-uurs assistentie in haar wooncomplex en haar behoefte aan verzorging en oppassing. Tevens werd een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat appellante niet hulpbehoevend is in de zin van de beperkte uitleg, omdat zij zelfstandig kan functioneren bij essentiële levensverrichtingen en gedurende een uur binnenshuis zonder toezicht kan zijn. De permanente assistentie in het wooncomplex verandert hier niets aan. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de vergelijkingen met andere gevallen niet relevant waren.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het beroep af, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot verhoging van de WAJONG-uitkering tot 100%.