ECLI:NL:RBOBR:2018:1765
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling samenhang van procedures bij vergoedingen rechtsbijstand voor gevlucht gezin
Eiser betwistte de intrekking en hernieuwde vaststelling van vergoedingen rechtsbijstand die door verweerder waren toegekend aan meerdere gezinsleden die gezamenlijk uit Irak waren gevlucht. Verweerder stelde dat de procedures samenhangend waren omdat ze betrekking hadden op een gezin dat vanwege dezelfde dreiging was gevlucht en de rechtsbijstand nagenoeg gelijktijdig was verleend.
De rechtbank onderzocht of sprake was van samenhang in de zin van artikel 11 van Pro het Besluit vergoedingen rechtsbijstand (Bvr). Hoewel de gezinsleden afzonderlijke vluchtmotieven hadden, werd geoordeeld dat de gezamenlijke grondslag voor de vlucht – het gevaar vanwege het werk van de vader voor de Amerikanen en ontvoeringen binnen de familie – leidend was. Dit rechtvaardigde toepassing van de samenhangregeling.
De rechtbank verwierp het bezwaar van eiser dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de individuele aspecten van de vluchtverhalen. De cumulatieve vereisten van verknochtheid en nagenoeg gelijktijdige rechtsbijstand waren voldaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en hernieuwde vaststelling van vergoedingen rechtsbijstand is ongegrond verklaard.