Uitspraak
Inleiding
De beoordeling
potentiëlegeheimhoudersstukken opgeleverd die apart gezet zijn en nog niet nader zijn onderzocht.
Rechtbank Oost-Brabant
Klagers dienden een klaagschrift in tegen het beslag dat de politie op hun documenten en digitale gegevens had gelegd in verband met een arbeidsongeval waarbij een werknemer overleed. Zij stelden dat de doorzoekingen onrechtmatig waren vanwege disproportionaliteit, inbeslagneming van privé- en geheimhoudersinformatie en het ontbreken van selectie tijdens de doorzoeking.
De officier van justitie verdedigde de rechtmatigheid van de doorzoekingen, benadrukte de ernst van de verdenking en de noodzaak van het onderzoek. De rechtbank nam kennis van het raadkamerdossier en behandelde het klaagschrift in raadkamer. Uit het dossier bleek dat ruim 2200 potentiële geheimhoudersstukken waren geïdentificeerd via een scan met een woordenlijst.
De rechtbank verwees naar de jurisprudentie van de Hoge Raad en het wettelijke kader van artikel 98 Sv Pro, waarin is bepaald dat de rechter-commissaris beslist over het verschoningsrecht bij beslag op geheimhoudersstukken. De rechtbank achtte het voorgestelde selectieproces door een medewerker geheimhouding, gevolgd door beoordeling door een buiten het onderzoek staande officier van justitie en uiteindelijk de rechter-commissaris, passend en efficiënt.
Daarom schorst de rechtbank de behandeling van het klaagschrift voor onbepaalde tijd en verwijst de zaak naar de rechter-commissaris om de procedure ex artikel 98 Sv Pro af te wachten. Verdere beslissingen worden aangehouden totdat duidelijk is welke stukken geheimhoudersinformatie bevatten en de rechter-commissaris hierover heeft beslist.
Uitkomst: De rechtbank schorst de behandeling van het klaagschrift voor onbepaalde tijd en verwijst de zaak naar de rechter-commissaris voor een beslissing ex artikel 98 Sv over de geheimhoudersstukken.