ECLI:NL:RBOBR:2018:2533
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vonnis rechtbank Oost-Brabant over naheffingsaanslag parkeerbelasting en proceskostenvergoeding
Op 11 mei 2017 legde de gemeente Eindhoven een naheffingsaanslag parkeerbelasting op aan eiser wegens het niet correct tonen van een parkeerkaartje. Eiser maakte bezwaar en overhandigde een kopie van het parkeerkaartje, waarna de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag in bezwaar vernietigde. Eiser vorderde daarnaast vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure, welke niet werd toegekend.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht kon afzien van het horen van eiser bij het bezwaar, omdat de naheffingsaanslag volledig werd vernietigd en het kostenvergoedingsverzoek een afzonderlijk verzoek betrof. Verder stelde de rechtbank vast dat het primaire besluit niet onrechtmatig was op het moment van oplegging, aangezien het parkeerkaartje ondersteboven achter de voorruit lag en de heffingsambtenaar niet kon weten dat de parkeerbelasting was voldaan.
Daarom was er geen sprake van een aan verweerder te wijten onrechtmatigheid en was het niet onjuist om geen proceskostenvergoeding toe te kennen. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet toekennen van proceskostenvergoeding is ongegrond verklaard.