Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 8 juni 2015 te Maasbracht, in de gemeente Maasgouw, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, zonder omgevingsvergunning een project heeft/hebben uitgevoerd, dat geheel of gedeeltelijk bestond uit het veranderen en/of veranderen van de werking van een inrichting, als bedoeld in Categorie 28 in Bijlage I bij het Besluit Omgevingsrecht, te weten het te veel/meer dan toegestaan opslaan van buiten de inrichting afkomstige huishoudelijke en/of bedrijfsafvalstoffen;
hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2014 tot en met 8 juni 2015 te Maasbracht, in de gemeente Maasgouw, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft/hebben gehandeld in strijd met een of meer voorschrift(en) van omgevingsvergunning (voorheen vergunning op grond van de Wet milieubeheer), verleend door de Provincie Limburg op 24 januari 2006, met kenmerk 2005/25450, welk(e) voorschrift(en) betrekking hadden op activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, te weten (in strijd met):
De formele voorvragen.
Bewijs
De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 14 mei 2018:
de rechtbank begrijpt: de dochter van verdachte] gevraagd wie de leidinggevende van [Bedrijf 1] betrof, en ik hoorde haar zeggen dat dit de heer [persoon] was.
Het besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg [6] ‘Omgevingsvergunning milieu-neutrale verandering’ met kenmerk 2013/44755 d.d. 8 augustus 2013:
rechts achterinzeefzand 6.690 m3 met opslaghoogte tot 9,33 m.
direct vóór locatie 1.,gemengd 3.294 m3 met opslaghoogte tot 7,14 m.
8.200 ton
2.650 ton
De vergunde situatie.
de rechtbank begrijpt: de voorganger van [Bedrijf 1]] een vergunning aangevraagd in het kader van de Wet milieubeheer, voor het oprichten van een inrichting aan de [straatnaam 2] te Maasbracht. Op 24 januari 2006 is deze vergunning door Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg verleend. Niet ter discussie staat dat deze vergunning vervolgens in werking is getreden. Ingevolge artikel 1.2 van de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht werd deze vergunning vanaf 1 oktober 2010 gelijkgesteld met een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
De geconstateerde overtredingen.
Daderschap van verdachte.
Opzet.
Medeplegen.
Conclusie.