Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juni 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser, voormalig magazijnmedewerker, kreeg aanvankelijk een WGA-uitkering wegens 100% arbeidsongeschiktheid. Verweerder stelde bij besluit van 13 februari 2017 vast dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waardoor de uitkering per 14 april 2017 werd beëindigd. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank onderzocht of de medische en arbeidskundige beoordelingen van verweerder zorgvuldig en juist waren. De verzekeringsarts had het dossier bestudeerd, onderzoek verricht en een psychiatrische expertise laten uitvoeren. Ondanks betwisting door eiser en aanvullende medische verklaringen, vond de rechtbank dat de rapportages consistent en voldoende gemotiveerd waren en dat de beperkingen van eiser niet waren onderschat.
Ook de arbeidskundige beoordeling van geschikte functies hield rekening met de beperkingen van eiser, waaronder het ontbreken van een vingertop en copingproblemen. De rechtbank vond dat de functies passend waren en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht was vastgesteld op 8,73%. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is en wijst het beroep tegen beëindiging van de WGA-uitkering af.