Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 31 augustus 2018 in de zaak tussen
[Stichting] , kantoorhoudend te [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Boxtel, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
,aannemelijk heeft gemaakt dat op de waardepeildatum in geding de resterende levensduur van de ruwbouw, de afbouw en de installaties van de onder de feiten genoemde ruimten respectievelijk 10 jaar, 5 jaar en 5 jaar en de resterende levensduur wat betreft de noodlokalen respectievelijk 10 jaar, 0 jaar en 0 jaar bedraagt. Wat eiseres ter weerspeking van de stellingen van verweerder heeft aangevoerd, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Ook het standpunt van eiseres dat de waarde van onroerende zaak ten hoogste € 185.000 is, faalt, nu zij dit standpunt op geen enkele wijze heeft onderbouwd met marktgegevens of andere, voor de rechtbank toetsbare, gegevens.