De zaak betreft het bestreden besluit van 20 juni 2018 waarbij het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant de omgevingsvergunning van verzoekster gedeeltelijk intrekt voor het verwerken van glas van schermen van kleuren CRT beeldbuizen. Verzoekster exploiteert een inrichting waar CRT-beeldbuizen worden verwerkt, en haalt circa 30% van haar omzet uit deze activiteit.
De intrekking is gebaseerd op aanwijzingen van de staatssecretaris dat het verwerken van loodhoudend beeldbuisglas niet langer toegestaan is omdat het als gevaarlijke afvalstof moet worden aangemerkt. Er bestaat onduidelijkheid over de precieze reikwijdte van de intrekking, met name of het glas van schermen van kleuren CRT beeldbuizen nog verwerkt mag worden in betonblokken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de rechtsvragen over de kwalificatie van het glas en de geldigheid van het sectorplan LAP3 niet in deze spoedprocedure kunnen worden beantwoord. De beroepszaak zal door een meervoudige kamer worden behandeld, waarbij advies van de StAB wordt ingewonnen.
Gezien de belangen van verzoekster en de beperkte milieugevolgen van een schorsing, wordt de intrekking van de vergunning voor het verwerken van het glas van schermen van kleuren CRT beeldbuizen geschorst tot de uitspraak in de beroepszaak. Verzoekster krijgt tevens vergoeding van griffierecht en proceskosten toegewezen.