ECLI:NL:RVS:2019:3741
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Uylenburg
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking toestemmingen overbrenging CRT-glas wegens onjuiste toepassing EVOA
De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat had vijftien toestemmingen voor de overbrenging van CRT-glas naar de inrichting van appellante ingetrokken, stellende dat het CRT-glas een gevaarlijke afvalstof is en niet conform de vergunning werd verwerkt. Appellante bewerkt CRT's en gebruikt het glas in betonproducten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de intrekking niet gerechtvaardigd is op grond van artikel 9, achtste lid, aanhef en onder c en d van de EVOA.
De Afdeling constateert dat de staatssecretaris onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de afvalstoffen niet conform de vergunning nuttig worden toegepast. De certificaten op basis van BRL 5070 en BRL 9322 tonen aan dat de verwerking voldoet aan de relevante milieunormen. Ook is niet bewezen dat het CRT-glas langer dan toegestaan wordt opgeslagen. Verder is de uitleg van artikel 9 EVOA Pro door de staatssecretaris te ruim, omdat overtreding van algemene regels niet zonder meer een grond voor intrekking vormt.
Ten aanzien van de kennisgevingen is vastgesteld dat de overbrenging en verwerking van het CRT-glas overeenkomen met de informatie in de kennisgevings- en vervoersdocumenten. De suggestie dat het lood uit het glas zou worden verwijderd is onjuist. De Afdeling vernietigt het besluit op bezwaar en herroept de intrekkingsbesluiten. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van de vijftien toestemmingen voor overbrenging van CRT-glas wordt vernietigd en de toestemmingen worden herroepen.