ECLI:NL:RBOBR:2018:4923
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs bij diefstallen met geweld
De rechtbank Oost-Brabant sprak verdachte vrij van twee feiten van diefstal met geweld en poging daartoe, gepleegd in 2012 en 2017. Verdachte werd ervan verdacht betrokken te zijn bij overvallen waarbij gebruik werd gemaakt van tape om slachtoffers vast te binden. DNA van verdachte werd aangetroffen op tape en een muts die bij de misdrijven waren achtergelaten.
De officier van justitie baseerde zijn vordering op het DNA-bewijs en verklaringen van slachtoffers, terwijl de verdediging betoogde dat het DNA-spoor niet onomstotelijk dadersporen waren en dat er geen harde herkenningen waren. Ook werd gewezen op contra-indicaties zoals opvallende tatoeages van verdachte die niet door de slachtoffers waren opgemerkt.
De rechtbank oordeelde dat het DNA-bewijs onvoldoende werd ondersteund door andere bewijsmiddelen en dat de verklaringen van de slachtoffers onvoldoende waren om wettig en overtuigend bewijs te vormen. De aanwezigheid van tatoeages bij verdachte, die niet werden herkend door de slachtoffers, versterkte de twijfel.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. De voorlopige hechtenis was reeds opgeheven. De omstandigheid dat DNA van verdachte bij twee soortgelijke misdrijven werd aangetroffen, was onvoldoende om tot een veroordeling te komen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.