ECLI:NL:RBOBR:2018:4926
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens voldoende arbeidsparticipatiemogelijkheden
Eiseres heeft een Wajong-uitkering aangevraagd op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten 2015, omdat zij meent niet over basale werknemersvaardigheden te beschikken en niet in staat te zijn een taak in een arbeidsorganisatie uit te voeren.
De rechtbank heeft het dossier en medische rapporten bestudeerd, waaronder verslagen van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Uit deze rapporten blijkt dat eiseres een lichte tot matige verstandelijke beperking heeft en intensieve begeleiding nodig heeft, maar wel in staat is instructies te begrijpen, uit te voeren en afspraken na te komen. Dit is onder meer aangetoond tijdens twee stageplekken.
De rechtbank concludeert dat eiseres mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, mede omdat zij een eenvoudige voorgestructureerde taak kan uitvoeren met begeleiding. De door verweerder gehanteerde methode SMBA en het Compendium Participatiewet zijn zorgvuldig toegepast en leiden tot een rechtmatig besluit.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aanvraag voor een Wajong-uitkering wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een Wajong-uitkering wordt afgewezen.