ECLI:NL:RBOBR:2018:5762
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht kinderbijslag op grond van EU-verblijfsrecht
Eiseres, met de Rwandese nationaliteit, heeft meerdere aanvragen ingediend voor kinderbijslag voor haar in Nederland geboren dochter met de Nederlandse nationaliteit. Na eerdere afwijzingen en een vernietiging van een besluit door de rechtbank, heeft verweerder uiteindelijk kinderbijslag toegekend vanaf het derde kwartaal van 2016, met een terugwerkende kracht van maximaal één jaar voorafgaand aan de aanvraag.
Eiseres beroept zich op het EU-arrest Chavez dat haar een declaratoir verblijfsrecht toekent vanaf de geboorte van haar kind in 2011, en stelt dat dit een langere terugwerkende kracht op kinderbijslag rechtvaardigt. Verweerder stelt zich op het standpunt dat artikel 14, derde lid, van de Algemene kinderbijslagwet (Akw) een maximale terugwerkende kracht van één jaar voorschrijft en dat eerdere besluiten definitief zijn geworden doordat eiseres geen rechtsmiddelen heeft aangewend.
De rechtbank overweegt dat het beroep op arresten zoals Kühne & Heitz en Byankov niet slaagt omdat niet aan de voorwaarden voor herziening van definitieve besluiten is voldaan en het beginsel van rechtszekerheid prevaleert. Het EU-recht noopt niet tot een verdere terugwerkende kracht dan wettelijk is toegestaan. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit van verweerder bevestigd.
Uitkomst: De aanspraak op kinderbijslag is terecht beperkt tot één jaar terugwerkende kracht voorafgaand aan het herzieningsverzoek.