Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 4 juli 2018
- het proces-verbaal van comparitie van 5 november 2018 en de daarin genoemde stukken.
2.De verdere beoordeling
3.475,00(5,0 punten × tarief € 695,00)
Rechtbank Oost-Brabant
De zaak betreft een geschil tussen een besloten vennootschap en Waterschap Aa en Maas over de vraag of het waterschap zijn zorgplicht heeft geschonden bij wateroverlast op het perceel van eiseres.
Eiseres stelde dat het waterschap onvoldoende adequaat heeft opgetreden en onvoldoende onderhoud heeft gepleegd aan een waterloop, waardoor het water niet tijdig kon afstromen. Het waterschap voerde aan dat het adequaat heeft gehandeld door klachten te onderzoeken en maatregelen te treffen, waaronder het dichtzetten van een afsluiter en het uitvoeren van extra maaibeurten.
De rechtbank overwoog dat het waterschap conform de wettelijke normen en jurisprudentie adequaat heeft gereageerd op de klachten. Er was geen aanwijzing dat het waterschap tekort was geschoten in zijn zorgplicht. Ook het causale verband tussen de vermeende bottleneck en de wateroverlast werd niet vastgesteld, mede vanwege andere mogelijke oorzaken zoals neerslag en bodemgesteldheid.
Daarom wees de rechtbank de vorderingen van eiseres af en veroordeelde haar in de proceskosten van het waterschap.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het waterschap niet tekort is geschoten in zijn zorgplicht en wijst de vorderingen van eiseres af.