ECLI:NL:RBOBR:2018:6244
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens herstel arbeidsvermogen zorgondersteuner
Eiseres werkte als zorgondersteuner en ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding wegens lichamelijke klachten. Het UWV beëindigde haar uitkering per 14 november 2017, omdat zij volgens medische beoordelingen weer geschikt was voor haar functie. Eiseres betwistte dit en stelde dat haar beperkingen waren toegenomen, met diverse fysieke en mentale klachten.
De rechtbank onderzocht de medische rapporten van verzekeringsartsen en concludeerde dat deze zorgvuldig waren opgesteld, geen tegenstrijdigheden bevatten en dat de conclusies logisch waren. Eiseres bracht geen medische stukken in die meer beperkingen aannemelijk maakten. Ook werd haar verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige afgewezen.
Hoewel eiseres in mei 2018 een polsbreuk opliep en een operatie moest ondergaan, was dit niet relevant voor de beoordeling van haar situatie per 14 november 2017. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht had geoordeeld dat eiseres haar functie kon hervatten en verklaarde het beroep ongegrond. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering is ongegrond verklaard omdat eiseres weer in staat is haar functie te verrichten.