ECLI:NL:RBOBR:2018:6425
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door onbevoegd meenemen van goederen en onjuiste verklaringen
Eiser was sinds 2006 in dienst bij de Technische Universiteit Eindhoven als facilitair medewerker en werd op 18 maart 2016 onvoorwaardelijk ontslagen wegens plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim bestond uit het regelmatig meenemen van goederen van het universiteitsterrein zonder toestemming van zijn leidinggevende, het onrechtmatig gebruik van een universiteitsvrachtauto voor privédoeleinden, het niet naleven van een contactverbod en het afleggen van wisselende en onjuiste verklaringen over zijn handelen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij toestemming had voor het meenemen van de goederen en dat hij de interne procedure met uitvoerbonnen niet heeft gevolgd. Ook het argument van eiser dat een persoonlijkheidsstoornis hem ontoerekenbaar maakte, werd verworpen omdat hij wel degelijk het besef had van de onjuistheid van zijn handelen. Het plichtsverzuim werd als toerekenbaar aangemerkt.
Verder concludeerde de rechtbank dat de disciplinaire maatregel van ontslag niet onevenredig is gezien de ernst van het plichtsverzuim en de geleden schade door de TU/e. Verzoeken van eiser om getuigen of deskundigen te horen werden afgewezen. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het ontslag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het disciplinaire ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt ongegrond verklaard en het ontslag blijft in stand.