ECLI:NL:CRVB:2014:4294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim en belangenverstrengeling ambtenaar
Betrokkene was werkzaam als directeur van een gemeentelijke functie en woonde samen met zijn echtgenote in een door een extern bedrijf beheerde anti-kraakwoning. Na publicaties over mogelijke belangenverstrengeling werd betrokkene verweten zonder overleg met zijn leidinggevende contact te hebben gehad met een journalist en een gesprek te hebben georganiseerd met het beheersbedrijf, ondanks een opgelegd contactverbod.
Verder werd hem contractbreuk verweten omdat hij zijn echtgenote in de anti-kraakwoning liet verblijven zonder dat zij een eigen bruikleenovereenkomst had afgesloten. Het verwijt van alcoholgebruik op het werk werd niet bewezen verklaard. Het college verleende betrokkene strafontslag wegens plichtsverzuim, wat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep werd het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad oordeelde dat het plichtsverzuim toerekenbaar was en dat het ontslag niet onevenredig was gezien de ernst van de gedragingen, waaronder het beschadigen van het vertrouwen en het negeren van het contactverbod. De overige verwijten werden niet nader beoordeeld omdat het ontslag reeds gerechtvaardigd was.
De Raad wees het hoger beroep van de erven af en bevestigde het ontslagbesluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag wegens plichtsverzuim en belangenverstrengeling.