Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 februari 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
[derde belanghebbende], te [vestigingsplaats] ,
Procesverloop
- het veranderen, of het veranderen van de werking, en het in werking hebben van een inrichting (revisievergunning), als bedoeld in de artikelen 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 2o en 3o, en 2.6 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo),
- het verrichten van een activiteit die van invloed kan zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i, van de Wabo, in combinatie met artikel 2.2a, onder a, van het Besluit omgevingsrecht (Bor),
Overwegingen
- Het herstel kan slechts plaatsvinden door middel van een nieuw besluit waarbij het bestreden besluit wordt ingetrokken;
- Verweerder zal duidelijk moeten onderbouwen welk stalsysteem (meer in het bijzonder, welke wijze van ventilatie) is vergund en dat met dit stalsysteem wordt voldaan aan de geldende geurnormen en de gestelde geluidsvoorschriften. Aanvraag en vergunning zullen met elkaar moeten overeenstemmen. Zo nodig zal de aanvraag hierop moeten worden aangepast;
- Verweerder zal een inzichtelijke toetsing aan de Notitie (inzake endotoxinen) moeten overleggen.