Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
waarschijnlijkerdat de persoon op de beelden van de [telefoonmaatschappij] verdachte is, dan dat dit een ander is met vergelijkbare algemene gezichtskenmerken als verdachte.
verdachtede man is die op de beelden van het onderzoek [onderzoeksnaam] te zien is. [verbalisant 2] heeft deze beelden en de beelden van de [telefoonmaatschappij] bekeken en de mannen op de beelden met elkaar vergeleken. [verbalisant 2] concludeert dat het signalement en de kleding van de mannen zeer sterk overeenkomen en dat dit zeer waarschijnlijk dezelfde persoon betreft. Ook eerdergenoemde deskundige van het NFI heeft de personen op de beelden van [onderzoeksnaam] en de [telefoonmaatschappij] met elkaar vergeleken.
iets waarschijnlijkerdat de persoon op de beelden van de [telefoonmaatschappij] dezelfde persoon is als op de beelden van [onderzoeksnaam] - en dus
verdachte- dan dat de persoon op de beelden van de [telefoonmaatschappij] een ander is met vergelijkbare algemene gezichtskenmerken als verdachte.
zeer sterke gelijkenissenvertoont met verdachte.
dusin de richting van [pleegplaats] . Gezien de reistijd die het in beslag neemt om vanaf dat punt op de [snelweg 1] naar de nabije omgeving van de woning van aangeefster te rijden, kon verdachte ook om 18.48 uur - op het moment dat het eerste contact plaatsvindt - in de omgeving van die woning zijn.
verdachteis geweest die in de ochtend van 31 maart 2015 de contactgegevens van aangeefster op internet heeft opzocht.
kanverdachte omstreeks 19.30 uur in of nabij de [straatnaam 1] in [pleegplaats] zijn. Dat hij zich daar dan in de buurt bevindt, wordt ondersteund door mastgegevens: zijn telefoon, een onder hem inbeslaggenomen Nokia Lumia, straalt immers om 19.36 uur een mast aan de [straatnaam 7] in [pleegplaats] aan.
uitde richting van de [straatnaam 8] komt, zoals [getuige 2] verklaart, hij
inde richting van het speelveld loopt en bij het oversteken van het speelveld de [straatnaam 2] wordt bereikt.
zonder patroonmagazijn. Het pistool waarvan het patroonmagazijn ontbrak, was gebruikt bij een gewapende overval op
onder verdachtein beslag genomen. Het NFI heeft vervolgens schietproeven met dat wapen verricht en heeft proefkogels en hulzen vergeleken met de kogel en de huls die in de woning van aangeefster zijn aangetroffen. Zowel ten aanzien van de kogel als ten aanzien van de huls concludeert het NFI dat het extreem veel waarschijnlijker is dat die in de woning van aangeefster aangetroffen kogel respectievelijk huls is verschoten met het pistool dat onder verdachte is aangetroffen dan dat deze zijn verschoten met een ander vuurwapen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als het pistool van verdachte. Dit betekent - grofweg gezegd - dat de kans dat de overeenkomende sporen ook zouden worden aangetroffen op een kogel en huls die zijn verschoten met een vergelijkbaar - maar ander - pistool dan dat van verdachte,
kleiner is dan één op één miljard.
deze specifiekeherkenning niet af. Begrijpelijkerwijs is aangeefster na het schietincident op zoek gegaan naar degene die haar neer heeft willen schieten. Van een overtuigende herkenning als deze - zoals blijkt uit haar beschrijving van wat het zien van de foto van verdachte met haar deed - was eerder echter geen sprake.
ditde foto was die zij aan aangeefster had laten zien. Aangeefster verklaart dat dit
nietde foto was die [medegedetineerde] aan haar had laten zien. De conclusie die de raadsvrouw trekt - dat aangeefster verdachte op de getoonde foto niet herkent als de schutter - is een conclusie die naar het oordeel van de rechtbank niet gedragen wordt door de feiten. Aangeefster verklaart niet dat de persoon op de foto niet de schutter is; zij verklaart enkel dat
ditniet de foto was die [medegedetineerde] aan haar heeft laten zien. Uit de verklaringen van aangeefster en [medegedetineerde] volgt naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval wel dat - welke foto [medegedetineerde] dan ook heeft getoond - dit in ieder geval een foto van
verdachtewas, van wie zij, blijkens haar verklaring, ook
meerderefoto’s had.
zonder patroonhouderis twee weken na het schietincident bij verdachte aangetroffen. Onderzoek van het NFI wees uit dat de kans dat de kogel die op aangeefster is afgevuurd met een ander soortgelijk wapen dan dat van verdachte is afgevuurd, kleiner is dan één op één miljard.
verdachtein een tijdsbestek van twee of drie dagen:
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en maatregel.
waaromhij het heeft gedaan en
wiehet op haar gemunt heeft. Daarmee had hij de angst waarin zij nog steeds leeft - bang dat diegene nog een keer toeslaat en niemand meer vertrouwende - weg kunnen nemen. Verdachte heeft er echter voor gekozen om dit niet te doen en om aangeefster hierover in het ongewisse te laten. Dit, en de wijze waarop verdachte in koelen bloede te werk is gegaan, waarbij hij ook nog eens gebruik heeft gemaakt van valse personalia met als gevolg dat een onschuldig persoon is opgepakt voor de liquidatiepoging, getuigt naar het oordeel van de rechtbank van volstrekte gewetenloosheid.
geheelandere orde dan het onderhavige delict. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het noodzakelijk is om verdachte nogmaals een
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .
april 2015zijn gemaakt. Gezien de datering van de factuur lijken deze op 2016 te zien. Bovendien blijkt uit het dossier dat deze kosten door de zus van de benadeelde partij zijn betaald. De benadeelde partij stelt ter zitting dat zij deze kosten aan haar zus heeft terugbetaald, maar heeft dit niet verder onderbouwd of aangetoond. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vordering op dit punt zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van deze schadepost dan ook niet ontvankelijk in de vordering verklaren.
In totaal toewijsbaar.
Niet-ontvankelijkverklaring voor het overige.