Eiseres vroeg een omgevingsvergunning aan voor het omschakelen van een varkenshouderij naar een vleeskalverenhouderij met 3.534 dieren. Verweerder verleende de vergunning gedeeltelijk, waarbij het houden van 589 vleeskalveren werd geweigerd vanwege onzekerheden over de emissiefactoren van combiluchtwassers en mogelijke risico’s voor de volksgezondheid.
De rechtbank stelde vast dat verweerder vooruitliep op nieuwe wetgeving en het voorzorgsbeginsel toepaste, gesteund door een evaluatierapport van Wageningen University & Research en politieke consultaties. Hoewel eiseres stelde dat verweerder zich aan de toen geldende regelgeving moest houden, oordeelde de rechtbank dat verweerder een zekere beoordelingsvrijheid heeft en het exclusieve toetsingskader van de Wet geurhinder en veehouderij niet altijd toereikend is.
De rechtbank verwierp ook het bezwaar tegen de beleidsnotitie van verweerder, ondanks dat deze niet was gepubliceerd, omdat het besluit zelf voldoende was gemotiveerd. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.