Boschlaendt Investments B.V. heeft een geldleningsovereenkomst gesloten met eiser voor €50.000 met 10% rente, waarvan de hoofdsom niet is terugbetaald. De bestuurder en enig aandeelhouder, mede via een holding, zijn medeaansprakelijk gesteld voor de lening.
Na verstekvonnis stelde Boschlaendt en een bestuurder verzet in tegen de veroordeling tot betaling van hoofdsom, rente en kosten. Zij voerden aan dat geen dagvaarding was betekend en dat de borgstelling niet rechtsgeldig was vanwege het ontbreken van toestemming van de echtgenote en dat het geen borgstelling maar een inspanningsverplichting betrof.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van medeaansprakelijkheid en geen borgstelling, dat de leningsovereenkomst tot de normale bedrijfsuitoefening van Boschlaendt behoort en dat het verzet onvoldoende onderbouwd is. Het verstekvonnis wordt bekrachtigd en Boschlaendt en de bestuurder worden veroordeeld tot betaling en kosten.
De kosten van het verzet worden begroot op €1.074 en aan de zijde van eiser opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter O.R.M. van Dam op 3 april 2019.