Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2019 in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de burgemeester van de gemeente Eindhoven, de burgemeester
Procesverloop
Overwegingen
Ja, tenminste één eerdere oogst maar mogelijk meerdere oogsten.”
het aantreffen van de kwekerij was het gevolg van door de meer dan sterke hennepgeur die overlast in de omgeving van het pand veroorzaakte. Een melding daarover werd bij het Operatoneel Center van de Politie gedaan waarna een eenheid ter plaatse werd gestuurd en de hennepkwekerij werd aangetroffen.”
ener geen bijkomende omstandigheid is. De burgemeester is uitgegaan van een bijkomende omstandigheid, te weten geuroverlast. Weliswaar betwisten eisers dat sprake was van geuroverlast, maar vast staat dat bij de melding is aangegeven dat sprake was van een sterke hennepgeur. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de burgemeester op grond van deze melding kunnen aannemen dat sprake was van geuroverlast. Dat dit, zoals de adviescommissie bezwaar en beroep opmerkt, eigen is aan hennep wordt door de burgemeester betwist. De burgemeester heeft ter zitting verklaard dat bij een hennepkwekerij meestal sprake is van de aanwezigheid van koolstoffilters, waardoor geen sprake is van geuroverlast. De rechtbank ziet geen reden aan deze verklaring van de burgemeester te twijfelen. Deze beroepsgrond slaagt niet.