ECLI:NL:RVS:2018:2423
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woonwagen wegens handel in hennep volgens artikel 13b Opiumwet
De burgemeester van Maastricht heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet de woonwagen van appellante voor drie maanden gesloten wegens het aantreffen van een handelshoeveelheid hennep en aanverwante attributen. Appellante betwistte de sluiting en voerde onder meer aan dat er geen sprake was van handel en dat de maatregel een strafrechtelijke sanctie zou zijn, wat volgens haar in strijd is met het EVRM.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat deze niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro. De Raad van State bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de sluiting een bestuurlijke maatregel is gericht op het beëindigen en voorkomen van overtredingen, niet op het opleggen van leed als straf.
De Raad stelt dat de omvang van de aangetroffen hennep en de omstandigheden voldoende grond bieden om aan te nemen dat de woonwagen bekend was in het drugscircuit en dat sluiting noodzakelijk was ter bescherming van de openbare orde en rechten van anderen. Ook de argumenten van appellante over disproportionaliteit en het ontbreken van daadwerkelijke handel worden verworpen. De Raad concludeert dat de sluiting niet in strijd is met het EVRM en dat het hoger beroep ongegrond is.
Uitkomst: De sluiting van de woonwagen voor drie maanden wordt bevestigd als een rechtmatige bestuurlijke maatregel.