Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Eiser heeft de woning op 19 augustus 2015 gekocht voor € 532.500. De leveringsakte is getekend op 31 december 2015.
.Eiser bepleit een waarde van € 547.000 (afgerond) en verwijst naar de herziene taxatiekaart die eiser in beroep heeft ingebracht. Eisers taxateur heeft getaxeerd op basis van de vergelijkingsmethode. Verweerder heeft de vastgestelde waarde € 628.000 gehandhaafd.
“In een geval waarin een belastingplichtige een woning kort na de peildatum heeft gekocht, moet in de regel ervan worden uitgegaan dat de waarde in de zojuist bedoelde zin, dat is immers, kort samengevat, de prijs welke de meestbiedende gegadigde voor de woning zou willen betalen, overeenkomt met de door de belastingplichtige betaalde prijs, zulks tenzij de partij die zich daarop beroept feiten of omstandigheden stelt en aannemelijk maakt waaruit volgt dat de koopsom niet die waarde weergeeft.”. Dit betekent dat in beginsel een eigen transactiecijfer maatgevend is voor de waardevaststelling indien die transactie, met inachtneming van de waarderingsficties van artikel 17 van Pro de Wet WOZ, kort voor of kort na de waardepeildatum tot stand is gekomen. Daarbij is mede van belang dat voor de transactiedatum de datum van het sluiten van de koopovereenkomst bepalend is, en niet de datum van levering (zie daarvoor ECLI:NL:HR:2016:113). In de jurisprudentie wordt doorgaans als vuistregel gehanteerd dat ‘kort voor of na de waardepeildatum’ betekent: binnen één jaar voor of na de waardepeildatum. De rechtbank stelt vast dat aankoop van de woning niet binnen één jaar voor of na de waardepeildatum heeft plaatsgevonden, maar ongeveer 16,5 maand voor de waardepeildatum.
€ 598.000 (afgerond). Eiser heeft ter zitting de door verweerder toegepaste indexatie bestreden. Volgens eiser blijkt uit het door verweerder aan de Waarderingskamer doorgegeven indexeringscijfer dat van een lager indexeringscijfer moet worden uitgegaan. Verweerder heeft vervolgens toegelicht dat het door eisers gemachtigde genoemde cijfer het resultaat is van een berekening ‘gemeentebreed’, terwijl het door verweerder gebruikte indexeringscijfer het resultaat is van een berekening op het niveau van de buurt en het segment. Verweerder heeft dus een meer op de situatie van de woning toepasselijk indexeringscijfer gebruikt. De rechtbank is van oordeel dat verweerder kan worden gevolgd in zijn uitleg. Wat eiser heeft aangevoerd, is onvoldoende om de rechtbank te doen twijfelen aan de juistheid van verweerders indexering. Slotsom is dat, naar het oordeel van de rechtbank, verweerder de generieke waardeverandering tussen aankoopdatum en waardepeildatum aannemelijk heeft gemaakt.
Beslissing
drs. H.A.J.A. van de Laar, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 17 juli 2019.