ECLI:NL:RBOBR:2019:4310
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen herziening studiefinanciering wegens gewijzigde ouderlijke inkomensgegevens
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder (minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) waarbij een herziening van de studiefinanciering is doorgevoerd. Verweerder stelde vast dat eiser in 2018 te veel aanvullende beurs had ontvangen, omdat de inkomensgegevens van zijn vader hoger waren dan eerder aangenomen. Dit leidde tot een terugvordering van € 1.795,56.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser per juli 2018 met zijn opleiding is gestopt en dat de aanvullende beurs voor januari tot en met juni 2018 administratief is gewijzigd op basis van nieuwe inkomensgegevens van de belastingdienst. Eiser voerde aan dat geen rekening gehouden moest worden met het inkomen van zijn vader, omdat diens alimentatiebetalingen onregelmatig waren en oninbaar zouden zijn, maar hij kon dit niet aantonen met een verklaring van het LBIO.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was tot herziening op grond van de Wet studiefinanciering 2000 en dat het beleid van verweerder om volledig te herzien niet onrechtmatig was. Ook was niet gebleken dat de gebruikte inkomensgegevens onjuist waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het herzieningsbesluit studiefinanciering wordt ongegrond verklaard.