ECLI:NL:RBOBR:2019:4330
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardebepaling bedrijfsobject volgens Wet WOZ met vergelijkingsmethode
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een bedrijfsobject per 1 januari 2017, gesteld op €200.000, en vordert een lagere waarde van €100.000. Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een waardematrix en een taxatierapport, waarin de vergelijkingsmethode is toegepast op basis van meerdere verkooptransacties van vergelijkbare bedrijfsobjecten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende marktgegevens heeft gebruikt en dat de gehanteerde vergelijkingsobjecten vergelijkbaar zijn met het bedrijfsobject. De rechtbank acht de waardebepaling niet onjuist en wijst het argument van eiser dat onvoldoende rekening is gehouden met asbest af, aangezien verweerder hiervoor een waardedrukkende aftrek heeft toegepast.
Verder wordt het motiveringsgebrek aangevoerd door eiser verworpen, omdat eventuele onzorgvuldigheden in bezwaar en beroep kunnen worden hersteld. Omdat eiser geen taxatierapport heeft overgelegd en zijn lagere waarde niet aannemelijk heeft gemaakt, verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt de waarde van €200.000.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €200.000 wordt ongegrond verklaard.