ECLI:NL:RBOBR:2019:4347
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen terugvordering WIA-uitkering wegens ontbreken dringende redenen
Eiser had recht op een WIA-uitkering tot 20 april 2018, maar kreeg abusievelijk ook uitkering over de periode 21 april tot en met 31 juli 2018. Verweerder vorderde terugbetaling van dit bedrag. Eiser stelde dat terugvordering tot onaanvaardbare financiële gevolgen leidt en dat verweerder moet afzien van terugvordering op grond van dringende redenen. Ook voerde hij een beroep op het rechtszekerheidsbeginsel aan.
De rechtbank overwoog dat het bedrag niet ter discussie staat, maar dat het geschil zich richt op de vraag of dringende redenen aanwezig zijn. Volgens vaste jurisprudentie kunnen dringende redenen alleen worden aangenomen bij onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen. De rechtbank concludeerde dat de financiële gevolgen niet onaanvaardbaar zijn, mede omdat eiser geen inzicht gaf in zijn financiële situatie en al onder budgetbeheer staat.
Daarnaast faalde het betoog dat verweerder moest afzien van terugvordering over juli 2018 vanwege een kennisgeving van eiser, omdat traagheid van verweerder geen dringende reden vormt. Ook het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel werd verworpen, omdat er geen sprake was van onduidelijke regelgeving of nadelige terugwerkende kracht.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van dringende redenen.