ECLI:NL:CRVB:2018:2171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving vanaf februari 2012 een WW-uitkering en vanaf november 2013 daarnaast bijstand van de gemeente Oldambt. Het UWV ontdekte dat appellant vanaf juli 2014 werkzaamheden verrichtte bij een BV zonder dit te melden, wat leidde tot herziening en terugvordering van de WW-uitkering en oplegging van een boete wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het niet melden van inkomsten aan het UWV een schending van de inlichtingenplicht vormt, ook al had appellant de inkomsten wel aan de gemeente doorgegeven. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er sprake was van dubbele korting op zijn inkomsten en dat het UWV vanwege dringende redenen van herziening en terugvordering had moeten afzien.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. Appellant was gehouden zijn inkomsten aan het UWV te melden en had dit niet gedaan. De Raad oordeelde dat de sociale omstandigheden van appellant geen dringende reden vormden om af te zien van herziening en terugvordering. De boete werd als passend en evenredig beschouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de WW-uitkering en handhaaft de boete wegens schending van de inlichtingenplicht.