Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2019 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
6 februari 2018 en 22 maart 2018 nu deze besluiten niet zien op een intrekking, wijziging of vervanging van het primaire besluit 1 van 9 november 2017. De primaire besluiten 2 en 3 van 6 februari 2018 en 22 maart 2018 kunnen echter wel worden gezien als een verlenging van het primaire besluit 1 van 9 november 2017, zoals verweerder ter zitting heeft bepleit en ook uit het bestreden besluit kan worden afgeleid. De primaire besluiten 2 en 3 van 6 februari 2018 en 22 maart 2018 zijn dan ook terecht door verweerder betrokken bij het bestreden besluit.
14 september 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3384) dat van inwonende meerderjarige kinderen mag worden verwacht dat zij gebruikelijke zorg verlenen. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat van de dochter mag worden verwacht dat zij een deel van de huishoudelijke taken verricht. Dat de dochter een opleiding volgt en een bijbaan heeft acht de rechtbank onvoldoende voor een ander oordeel. Bovendien wijst verweerder er terecht op dat de dochter ook huishoudelijke taken zal moeten verrichten als zij zelfstandig gaat wonen, zoals ze van plan is.