ECLI:NL:RBOBR:2019:4850
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging Ziektewetuitkering en weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende wachttijd
Eiser, voormalig verkoopmedewerker, meldde zich ziek vanwege een gebroken enkel en ontving een Ziektewetuitkering. Verweerder stelde bij besluiten vast dat eiser per 9 maart 2018 geen recht meer had op ZW-uitkering omdat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en dat hij de wachttijd van 104 weken voor een WIA-uitkering niet had voltooid.
Eiser voerde aan dat verweerder misbruik had gemaakt van zijn bevoegdheid door de WIA-beoordeling te gebruiken om de ZW-uitkering voortijdig te beëindigen en dat zijn beperkingen waren onderschat. De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van détournement de pouvoir, omdat verweerder bevoegd was tot herbeoordeling en gebruik mocht maken van medische rapportages.
De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hadden de belastbaarheid van eiser zorgvuldig en voldoende gemotiveerd vastgesteld, rekening houdend met zijn fysieke en psychische beperkingen. De functies die eiser zou kunnen verrichten waren passend. De rechtbank volgde de conclusie dat eiser voldoende verdiencapaciteit had en dat het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering en weigering van de WIA-uitkering terecht was genomen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en de weigering van de WIA-uitkering.