Eiseres, lijdend aan reumatoïde artritis, werkte parttime en meldde zich in 2010 ziek. Na diverse uitkeringen en een beëindiging van haar dienstverband, werd haar ziekengeld door het UWV per 22 april 2016 beëindigd, terwijl de wettelijke wachttijd van 104 weken nog niet was verstreken. Vervolgens weigerde het UWV een WIA-uitkering.
Eiseres maakte bezwaar tegen de beëindiging van het ziekengeld, dat werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat het UWV het ziekengeld ten onrechte eerder beëindigde om een WIA-beoordeling te ontlopen, wat neerkomt op détournement de pouvoir. Hierdoor is het besluit onrechtmatig en dient het te worden vernietigd.
De rechtbank draagt het UWV op een nieuwe beslissing te nemen over de WIA-uitkering, waarbij de volledige wachttijd en alle relevante omstandigheden in acht moeten worden genomen. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan eiseres toegekend.