Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 augustus 2019 in de zaak tussen
[naam] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
.Ook heeft verweerder aangegeven dat eiseres niet opnieuw een WAO-uitkering kan krijgen omdat de gestelde toename van de arbeidsongeschiktheid niet binnen 5 jaar na intrekking van de WAO-uitkering ligt. Om die reden zal geen herbeoordeling plaatsvinden.
Een verhoogde hersendruk is niet te zien op een hersenscan, maar alleen te meten met een punctie. Het medisch onderzoek van verweerder is volgens eiseres niet objectief. Eiseres wijst, behalve op de genoemde hersenscans, verder op de door haar overlegde brief van chiropractor A. LeGate van 16 januari 2007 en twee brieven van neuroloog T. IJsewijn van 25 mei 2017 en 3 juni 2018. Verder heeft zij klachten over het verloop van de bezwaarprocedure.
Verzoek terug te komen van eerder besluit
,in combinatie met haar stelling dat die verhoogde hersendruk er in 2005 ook al was, hetgeen volgens haar blijkt uit de door haar in bezwaar overgelegde hersenscans uit 1998 en 2008. Nog daargelaten dat dit argument de rechtbank bevreemdt omdat eiseres zelf (ook) heeft gesteld dat verhoogde hersendruk niet is te zien op de scans, wijst de rechtbank eiseres erop dat volgens vaste rechtspraak van de CRvB een (nieuwe) diagnose weliswaar als een nieuw gegeven is te beschouwen, maar dat het niet als een nieuw feit in de zin van artikel 4:6 van Pro de Awb kan worden aangemerkt, zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 13 juni 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:2045). De diagnose is immers niet gebaseerd op wezenlijk andere gegevens met betrekking tot de gezondheidssituatie van betrokkene dan waarmee de verzekeringsarts bekend was ten tijde van de intrekking van de WAO-uitkering in 2005. Deze omstandigheden heeft de verzekeringsarts betrokken bij het vaststellen van de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst destijds. De verzekeringsarts B&B heeft in de rapportage van 3 oktober 2018 - net als de verzekeringsarts B&B voorafgaand aan de beslissing op bezwaar van 22 januari 2015 - vastgesteld dat er geen reden is om aan te nemen dat de in 2014 bij eiseres geconstateerde verhoogde hersendruk ook al in 2005 aanwezig was. Daaraan is, gezien voormelde vaste rechtspraak, terecht toegevoegd dat als dit wel het geval was, dat niets verandert aan de klachten en het klinisch beeld zoals in 2005 is vastgesteld en is vertaald naar de functionele mogelijkheden van eiseres.
.
.In 2005 werd de nekpijn tijdens het verzekeringsgeneeskundig onderzoek toegeschreven aan verhoogde spierspanning. In zoverre volgt de rechtbank de verzekeringsarts B&B dat er sprake is van een andere ziekteoorzaak, die bovendien dateert buiten de termijn van vijf jaar ná 2005. De rechtbank volgt verweerder daarom in zijn standpunt dat uit die informatie niet kan worden geconcludeerd dat de beperkingen van eiseres in verband met dezelfde ziekteoorzaak zijn toegenomen binnen vijf jaar na de beëindiging van de WAO-uitkering.