ECLI:NL:CRVB:2015:1180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig buschauffeur, meldde zich ziek vanwege lage rug- en buikklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Appellant maakte bezwaar en leverde medische informatie aan, waarop de verzekeringsarts bezwaar en beroep een aangepaste functionele mogelijkhedenlijst opstelde en een arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant 23,09% arbeidsongeschikt was. Het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank bevestigde dit besluit en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, ook al was het lichamelijk onderzoek beperkt. De rechtbank vond de arbeidskundige rapporten voldoende gemotiveerd en achtte de geselecteerde functies passend bij de belastbaarheid van appellant.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met medische informatie, waaronder verklaringen van een neuroloog over rug- en beenklachten. De Raad overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe gronden bevatte en dat het onderzoek zorgvuldig was, mede doordat de verzekeringsarts bezwaar en beroep appellant had onderzocht en alle medische informatie had betrokken.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.