Eiser had een vlucht geboekt van Eindhoven naar London Stansted die werd geannuleerd. Op grond van Verordening 261/2004 vordert eiser compensatie van €250. Verweerster stelt dat sprake is van buitengewone omstandigheden vanwege uitwijken van het toestel naar Keulen en personeelstekort.
De rechtbank oordeelt dat de omstandigheid van het uitwijken niet voldoende is aangetoond als buitengewone omstandigheid en dat het ontbreken van vervangend personeel voor rekening van verweerster komt. De vordering tot compensatie wordt daarom toegewezen.
Daarnaast wordt een beding in de algemene voorwaarden van Ryanair dat het direct inschakelen van de rechter verbiedt als oneerlijk beoordeeld en buiten toepassing gelaten. Verweerster wordt veroordeeld tot betaling van de compensatie, wettelijke rente en proceskosten.