Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[eiser sub 1] ,
Ryanair DAC,
1.Het verloop van het geding
2.De feiten
3.Het geschil
Sturgeonen
Nelsonrecht op financiële compensatie van € 400,00 per passagier. Van een buitengewone omstandigheid was geen sprake.
Rechtbank Oost-Brabant
Eisers hadden een vlucht geboekt van Catania naar Eindhoven die met meer dan drie uur vertraging aankwam. Zij vorderden compensatie van €400 per passagier op grond van Verordening 261/2004 wegens vertraging zonder buitengewone omstandigheid.
Verweerster, Ryanair DAC, stelde dat de vertraging het gevolg was van door Eurocontrol opgelegde ATC-slots, waardoor de vlucht niet tijdig Eindhoven kon bereiken en moest uitwijken naar Keulen. Zij beriep zich op artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening als buitengewone omstandigheid en verwees naar haar algemene voorwaarden om betaling van incassokosten te weigeren.
De rechtbank oordeelde dat Ryanair onvoldoende bewijs had geleverd, zoals slotberichten van de luchtverkeersleiding, om haar beroep op buitengewone omstandigheden te onderbouwen. De verwijzing naar een eerdere uitspraak was niet vergelijkbaar. Ook werd artikel 15.2 van de algemene voorwaarden als oneerlijk beoordeeld en buiten toepassing gelaten.
Daarom werd Ryanair veroordeeld tot betaling van €800 compensatie plus wettelijke rente, en de proceskosten werden aan de zijde van eisers toegewezen. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De beschikking werd uitgesproken door kantonrechter J.M.J. Godrie op 19 november 2020.
Uitkomst: Ryanair wordt veroordeeld tot betaling van €800 compensatie en proceskosten aan eisers wegens onvoldoende bewijs van buitengewone omstandigheden.